Het Vrijstellingsbesluit herbekeken
Op 6 februari jl. keurde de Vlaamse Regering het besluit tot wijziging van o.a. het Vrijstellingsbesluit goed. Huidige nieuwsbrief brengt de belangrijkste wijzigingen in kaart. We focussen daarbij op de handelingen in, aan en bij woningen die vanaf 1 maart 2026 zijn vrijgesteld van vergunning.
*****
Vanaf 1 maart 2026 zijn de volgende handelingen in, aan en bij hoofdzakelijk vergund (geachte) woningen vrijgesteld van vergunning:
1° gebruikelijke ondergrondse constructies, tenzij die strijdig zijn met een goedgekeurd rooilijnplan of een daarin opgenomen achteruitbouwstrook of een goedgekeurd onteigeningsplan;
2° handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysieke bouwvolume te wijzigen;
2/1° het aanbrengen van isolatie, met inbegrip van de gebruikelijke afwerking ervan, aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt;
3° zonnepanelen of zonneboilers die aan een van volgende voorwaarden voldoen: a) ze zijn geplaatst op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand; b) ze zijn geïntegreerd in of op het hellende dakvlak; c) ze zijn bevestigd op een gevel, met een totale maximale oppervlakte van vier vierkante meter per gevel; d) ze zijn bevestigd aan een balkonafsluiting;
4° (alle) binnenverbouwingen;
5° afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin;
6° toegangspoorten en open afsluitingen tot een hoogte van twee meter;
7° gesloten afsluitingen tot een hoogte van 1 meter in de voortuin;
8° de plaatsing van niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, ingeplant tot op 1 meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur, voor zover de gezamenlijke oppervlakte van dergelijke constructies, met inbegrip van alle bestaande niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, 80 vierkante meter niet overschrijdt en voor zover het hemelwater dat op de niet-overdekte constructies valt, niet wordt afgevoerd van het eigen terrein. De overloop van een zwembad mag worden aangesloten op de riolering. Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s;
8°/1 de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s in de tuin, op een gevel of op een plat dak, ingeplant tot op twee meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur;
9° de plaatsing in de voortuin van de strikt noodzakelijke toegang tot en oprit naar het gebouw, voor zover het hemelwater dat erop valt, niet wordt afgevoerd van het eigen terrein. Deze vrijstelling van vergunningsplicht geldt niet voor het overwelven of inbuizen van grachten en waterlopen, behalve de overwelving of inbuizing van een baangracht, vermeld in punt 12/1.3;
10° de plaatsing van allerhande kleine tuinconstructies zoals tuinornamenten, brievenbussen, barbecues en speeltoestellen;
11° van het hoofdgebouw vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, met inbegrip van carports, in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De totale oppervlakte blijft beperkt tot maximaal 40 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande vrijstaande bijgebouwen. De maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter; Het hemelwater dat op de bijgebouwen valt, wordt niet afgevoerd van het eigen terrein;
12° het opslaan van allerhande bij de woning horende materialen en materieel met een totaal maximaal volume van 10 kubieke meter, niet zichtbaar vanaf de openbare weg;
13° het plaatsen van één verplaatsbare inrichting die voor bewoning kan worden gebruikt, zoals één woonwagen, kampeerwagen of tent, niet zichtbaar vanaf de openbare weg, zonder er effectief te wonen.
14° gebruikelijke technische constructies aan of op een woning, op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van de woning uitsteken. Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van zonnepanelen en zonneboilers, bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s;”
15° de plaatsing van elektrische laadpalen;
16° de plaatsing van glasbollen, kledingcontainers en andere boven- of ondergrondse houders voor de selectieve verzameling en ophaling van afval, voor zover de gezamenlijke oppervlakte kleiner is dan tien vierkante meter.
Belangrijkste wijziging is volgens ons het gegeven dat alle binnenverbouwingen voortaan zijn vrijgesteld van vergunning (wanneer is voldaan aan de hierna vermelde voorwaarden). Deze vrijstelling geldt voortaan ook wanneer er stabiliteitswerken bij deze binnenverbouwingen worden uitgevoerd. Verder werd ook terecht ingegaan op de vraag naar de plaatsing van isolatie en zonnepanelen.
De voormelde vrijstellingen gelden enkel en alleen wanneer cumulatief is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a) de handelingen 1° tot 5°, 8° tot en met 9°, 11° tot 14° en 16°, worden volledig uitgevoerd binnen een straal van 30 meter van de betrokken hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;
b) er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;
c) het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;
d) de handelingen, vermeld in art. 2.1, 8°, 11°, 12° en 13° zijn niet gesitueerd in ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebied.