MER-screeningsplichtige gemeentelijke projecten: het einde van de “no conflict of interest”-saga?

LAND Advocaten volgde de voorbije jaren de “no conflict of interest”-saga zeer nauwgezet op. De eindmeet was reeds lang in zicht, en recent bevestigde de Raad van State nog dat omgevingsvergunningen voor screeningsplichtige gemeentelijke projecten bij de bevoegde deputatie moeten worden aangevraagd in eerste administratieve aanleg.

*****

In een notendop:

  1. De Raad van State stelt een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof over de toepassing van artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet (RvS 26 maart 2024, nr. 259.259);

  2. Spoeddecreet van 19 april 2024: no conflict of interest-regel geldt niet voor screeningsplichtige projecten;

  3. Het Hof van Justitie stelt dat de no conflict of interest-regel ook geldt voor screeningsplichtige projecten (HvJ 8 mei 2025, nr. C-236/24);

  4. Het Grondwettelijk Hof vernietigt het spoeddecreet (GwH 18 september 2025, nr. 122/2025);

  5. Hersteldecreet van 19 november 2025: gemeentelijke dossiers met een project-m.e.r-screening, ontheffing of MER worden overgeheveld naar de deputatie. Het decreet heeft een beperkte terugwerkende kracht: nl. vanaf 19 september 2025.

  6. De Raad van State oordeelt in een recent arrest dat artikel 9bis van de project-MER-richtlijn onvolledig werd omgezet in artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet. De gemeentelijke omgevingsambtenaar beschikt volgens de Raad van State niet over de vereiste ‘werkelijke autonomie’.  

Omgevingsvergunningen voor screeningsplichtige projecten, waarvan het college van burgemeester en schepenen de aanvrager en initiatiefnemer is, moeten bij de deputatie worden aangevraagd.

Eind goed, al goed?

Diverse actoren leefden de voorbije jaren in grote onzekerheid.

Gemeentelijke projecten werden on hold gezet zolang er geen einduitspraak over de reikwijdte van de no conflict of interest-regel was.

De “no conflict of interest”-saga had en heeft een zeer grote impact op de vergunningenpraktijk.

De vraag rijst nu welke impact deze einduitspraak heeft op reeds verleende vergunningen voor dergelijke m.e.r.-screeningsplichtige gemeentelijke en provinciale projecten.

Volgende
Volgende

PPS-project als handeling van algemeen belang in vergunningverlening