Rechtszekere en robuuste omgevingsvergunningen: van conceptnota naar voorontwerp van decreet (DEEL 2)
Medio juli 2026 werd het voorontwerp van decreet tot wijziging van verschillende decreten naar aanleiding van het Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen en van optimalisaties van de regeling rond gemeentewegen goedgekeurd. Over dit voorontwerp worden actueel adviezen ingewonnen.
Voorliggend voorontwerp heeft tot doel uitvoering te geven aan de prioritaire procedurele aspecten uit de Conceptnota (zie Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen: goede voornemens voor het nieuwe jaar? — LAND Advocaten).
*****
De belangrijke ingrepen die worden voorgesteld, zijn de volgende:
Mogelijkheid tot herziening of opheffing van inrichtingsvoorschriften van een algemeen of bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan door de gemeenteraad, de provincieraad of de Vlaamse Regering.
De herziening of opheffing is onderworpen aan een openbaar onderzoek (slechts 30 dagen). Er dienen ook enkele adviezen te worden ingewonnen (CBS, deputatie en departement). De beslissing over de herziening of opheffing volgt in essentie binnen 180 dagen na het einde van het openbaar onderzoek/de adviesronde.
Hervorming/versoepeling van de verkavelingsvergunningsplicht.
De toetsingsgronden van de “goede ruimtelijke ordening” worden aangepast als volgt:
“1° de functionele inpasbaarheid;
2° de vlotte en veilige mobiliteit;
3° het zuinige ruimtegebruik en het ruimtelijk rendement;
4° de bijdrage aan de vrijwaring van de open ruimte en aan het kernversterkend beleid;
5° de ruimtelijk-visuele inpasbaarheid;
6° de cultuurhistorische inpasbaarheid;
7° de inpasbaarheid in de natuurlijke omgeving;
8° het vermijden van hinder en de vermindering van het gebruiksgemak voor de omwonenden;
9° de impact op de volksgezondheid;
10° de impact op de veiligheid”
Mogelijkheid tot afwijken van inrichtingsvoorschriften van een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan dat ouder is dan 10 jaar (= nieuw artikel 4.4.1/1 van de VCRO).
Deze mogelijkheid wordt in het leven geroepen om af te wijken wat betreft:
“a) de perceelsafmetingen;
b) de afmetingen en de inplanting van constructies;
c) de dakvorm en de gebruikte materialen;
d) de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
e) het aantal bouwlagen;
f) de voortuinstroken, de tuinzones met inbegrip van tuinconstructies, de binnenplaatsen, de afsluitingen, de buitenaanleg rond gebouwen met inbegrip van verhardingen, de bouwvrije stroken en de bufferstroken;
g) het aantal toegelaten woongelegenheden of bedrijfseenheden per kavel;
h) de wegenis en de ontsluiting;
i) de parkeergelegenheden;
j) als het een onderdeel van bijzonder plan van aanleg betreft dat een aanvulling vormt op het gewestplan: de voorschriften met betrekking tot de toegelaten functies en activiteiten als niet van het gewestplanvoorschrift wordt afgeweken”
Belangrijk: de verleende afwijking mag niet tot gevolg hebben dat de oppervlakte aan openbaar groen kleiner wordt, noch dat er nieuwe constructies worden opgericht in een zone die bestemd of ingericht is als bufferzone ten aanzien van een aangrenzend gebied met een andere bestemming.
De bestaande afwijkingsmogelijkheid zoals voorzien in artikel 4.4.9/1 van de VCRO zou worden opgeheven. Deze heeft betrekking op stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg ouder dan 15 jaar.
Beperking van de administratieve beroepsmogelijkheid tegen vergunningsbeslissingen voor een occassionele sociaal-culturele of recreatieve activiteit.
Onder bepaalde voorwaarden wordt een administratief beroep in dit geval uitgesloten. Ook een “verzoek herziening” is dan uitgesloten (zie Rechtszekere en robuuste omgevingsvergunningen: van conceptnota naar voorontwerp van decreet — LAND Advocaten voor het “verzoek tot herziening”).
De Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt bevoegd voor beroepen tegen gemeenteraadsbeslissingen over de zaak van de wegen. Een beroep tegen een gemeenteraadsbeslissing wordt ingesteld samen met het beroep tegen de bijhorende vergunningsbeslissing.
Hervorming van het Gemeentewegendecreet. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:
° Intrede term “wijziging aan het gemeentelijk wegennet” als bepalende factor voor de bevoegdheid van de gemeenteraad. Het gaat om “elke aanleg, wijziging van de breedte, verplaatsing of opheffing van een wegverbinding die deel uitmaakt van het gemeentelijke wegennet of er deel van zal uitmaken. Inrichtingswerken binnen de rooilijnen van een bestaande of geplande gemeenteweg of, bij gebrek aan rooilijnen, binnen de feitelijke grens van de bestaande gemeenteweg, zijn geen wijziging van het gemeentelijke wegennet” (= nieuw artikel 2, 13° cfr. artikel 8 van het Gemeentewegendecreet)
° In het Gemeentewegendecreet worden vele artikels opgeheven, zoals o.a. de artikelen 11, 12, 13, 15,… van het Gemeentewegendecreet.
° Nieuw artikel 19/1 van het Gemeentewegendecreet:
“Art. 19/1. §1. Als een omgevingsvergunningsaanvraag wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet omvat en het niet gaat om wijzigingen als vermeld in artikel 8, tweede lid, kan de vergunning pas worden verleend na goedkeuring over de wijziging aan het gemeentelijke wegennet door de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad de wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet niet heeft goedgekeurd, weigert de bevoegde overheid het deel van de aanvraag waarvoor een gemeenteraadsbeslissing vereist was.
De wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet worden grafisch aangeduid op de plannen van de omgevingsvergunningsaanvraag.
De gemeenteraad vermeldt in zijn beslissing welke rooilijnen worden opgeheven.
§2. De gemeenteraad beperkt zich in zijn beslissing, vermeld in paragraaf 1, tot een beoordeling van de volgende aspecten:
1° de ligging van de nieuwe of op te heffen gemeenteweg of delen van de gemeenteweg;
2° de verkeersveiligheid op de gemeenteweg;
3° de materiële opbouw van de gemeenteweg;
4° de eventuele opname van de gemeenteweg in het openbaar domein.
De gemeenteraad spreekt zich niet uit over de verenigbaarheid met bestemmingsplannen.
Als de gemeenteraad het niet eens is met de voorgestelde wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet, geeft hij indien mogelijk aan op welke manier aan zijn bezwaren kan worden tegemoetgekomen.
De gemeenteraad kan aan zijn beslissing lasten of voorwaarden verbinden, die de vergunningverlenende overheid in de eventuele vergunning opneemt.
§3. Als een omgevingsvergunningsaanvraag niet leidt tot een vergunning, als afstand wordt gedaan van een verleende vergunning of als de verleende vergunning wordt vernietigd of vervalt, vervalt de gemeenteraadsbeslissing van rechtswege.”
° Ook de autonome procedure tot opheffing van een gemeenteweg wordt gewijzigd. Hetzelfde geldt voor de autonome procedure tot wijziging van het gemeentelijk wegennet.
Wij zijn alvast benieuwd of alle voorgestelde ingrepen de eindmeet zullen halen.
Of deze ingrepen vervolgens zullen leiden tot rechtszekere en robuuste vergunningen, zal de toekomst moeten uitwijzen.